De prijs van ‘even volhouden’: Waarom we wachten met hulp tot we volledig vastlopen
Het lijkt een collectieve gewoonte geworden: wachten met het onderhouden van onze mentale gezondheid tot we volledig zijn vastgelopen. Recente cijfers bevestigen wat veel hulpverleners in de praktijk al voelen: het aantal mensen met angst- en somberheidsklachten stijgt.
Het probleem? We trekken pas aan de bel als het water ons aan de lippen staat. Maar waarom wachten we zo lang, en wat kunnen we doen om de neerwaartse spiraal eerder te doorbreken?
De paradox van het ‘even volhouden’
Wie uiteindelijk de stap naar een psycholoog zet, heeft daar vaak een maandenlang traject van aanmodderen op zitten. We zijn meesters in het bagatelliseren van onze eigen pijn. “Het valt wel mee,” of “Anderen hebben het zwaarder,” zijn de standaardmantra’s waarmee we onszelf sussen. Maar juist die neiging om te wachten tot het echt niet meer gaat, maakt het probleem groter dan het hoeft te zijn.
De onzichtbare drempel: Waarom we hulp uitstellen
Wie uiteindelijk bij een psycholoog aanklopt, heeft vaak al maanden — of zelfs jaren — geprobeerd om de schijn op te houden. Dit uitstelgedrag komt meestal voort uit een combinatie van factoren:
-
De “het valt wel mee”-valstrik: We vergelijken onszelf met anderen die het “erger” hebben, waardoor we onze eigen klachten bagatelliseren.
-
Wachttijden: De angst voor lange wachtlijsten schrikt af, waardoor men besluit het dan maar zelf op te lossen.
-
Sociale druk: Hoewel er meer over mentale gezondheid wordt gesproken, rust er op het toegeven dat je het zelf niet meer weet nog vaak een taboe.
Het risico van uitstel: Juist door te wachten, kunnen lichte klachten verankeren in je systeem. Wat begon als een milde lusteloosheid, kan zonder tijdig ingrijpen uitmonden in een zware depressie of burn-out.
De digitale realiteit en de ‘altijd-aan’ cultuur
Onze omgeving helpt ook niet mee. De moderne wereld is een hogedrukpan van verwachtingen. We moeten niet alleen presteren op ons werk en in ons sociale leven, maar we dragen ook nog eens een digitale wereld in onze broekzak die nooit slaapt.
De smartphone is een constante bron van vergelijking en prikkels. Sociale media fungeren vaak als een filter waar alleen de successen doorheen komen, waardoor je eigen alledaagse worstelingen plotseling aanvoelen als een persoonlijk falen. Ons brein krijgt simpelweg de kans niet meer om te ontprikkelen. De broodnodige ‘lege tijd’ is vervangen door scrollen, waardoor de mentale batterij nooit echt meer oplaadt naar 100%.
Hoe signaleer je klachten in een vroeg stadium?
Vroegtijdig ingrijpen is de sleutel tot sneller herstel. Let op de volgende subtiele signalen:
-
Verandering in slaappatroon: Moeite met inslapen door piekeren of juist extreem veel willen slapen om de dag te ontvluchten.
-
Korter lontje: Je merkt dat je sneller geïrriteerd bent door kleine dingen die je normaal gesproken koud lieten.
-
Sociale terugtrekking: Je ziet op tegen afspraken die je normaal gesproken leuk vond.
-
Concentratieverlies: Simpele taken kosten plotseling veel meer denkkracht en tijd.
Praktische tips om de regie terug te pakken
Als je merkt dat het minder gaat, hoef je niet direct naar een specialist. Kleine stappen kunnen een groot verschil maken:
-
Deel het vroegtijdig: Spreek uit dat je “even niet zo lekker in je vel zit” tegen een goede vriend of familielid. Het haalt de druk van de ketel.
-
Digitale detox: Zet na 20:00 uur je meldingen uit. Geef je hersenen de kans om te ontprikkelen.
-
Beweging zonder doel: Ga wandelen zonder muziek of podcast. Laat je gedachten de vrije loop zonder dat ze geëntertaind hoeven te worden.
-
Bezoek de praktijkondersteuner (POH-GGZ): Bijna elke huisarts heeft een praktijkondersteuner voor mentale klachten. Dit is laagdrempelig, vaak snel beschikbaar en valt binnen de basisverzekering zonder eigen risico.
De drempel verlagen: Praten als preventie
Het is veelzeggend dat hulpverleners tijdens een intake nog steeds regelmatig te horen krijgen dat zij de allereerste zijn met wie de cliënt zijn zorgen deelt. Ondanks dat we maatschappelijk de mond vol hebben van mentale gezondheid, blijft de stap naar het delen van je eigen vastlopen een hardnekkig taboe.
Dit zwijgen is echter niet onschuldig, aangezien isolatie ervoor zorgt dat onuitgesproken gedachten in je hoofd een eigen leven gaan leiden; ze worden daar vaak vele malen groter en grilliger dan ze in werkelijkheid zijn.
Door dit stilzwijgen ontneem je bovendien je omgeving de kans om tijdig met je mee op de rem te trappen, simpelweg omdat zij de signalen niet kunnen zien. Uiteindelijk vertaalt die mentale spanning zich onvermijdelijk naar het lichaam, waardoor we vaak eindigen met het bestrijden van symptomen zoals rugpijn, hoofdpijn of slapeloosheid, terwijl de werkelijke, mentale bron volledig buiten schot blijft.
Wij willen mentale gezondheid volledig normaliseren, en preventie de standaard laten zijn in plaats van een noodgreep bij een crisis. Door mentale gezondheidszorg net zo gewoon te maken als fysieke zorg, creëren we een gezonde maatschappij waarin niemand hoeft te wachten tot de motor volledig vastloopt.